De afgelopen dagen waren mijn mooiste zeildagen tot nu toe. Voor het eerst in 47 jaar heb ik de oceaandeining weer ondergaan, en ik geniet er nog net zo van als tijdens mijn korte koopvaardijperiode toen. Nog meer zelfs vanwege het ontbreken van een motor op de Tres Hombres en het directere contact met de omgeving. Die lome, lange deining. Er komen waterpartijen op je af, die bij meer dan 4 Bft. in hoogte niet onderdoen voor de stormgolven op de Noordzee. Alleen veroorzaken deze geen hotsknots bewegingen, maar tillen ze in een vloeiende beweging het schip op en laten het weer zakken. Hierdoor is het ook veel makkelijker je evenwicht te bewaren.

 
Het schip zit steeds meer in lijf en geest: het aantal blauwe plekken als gevolg van, vooral nachtelijke, botsingen met lenspompen, reservehout en ruimkeggen is aanzienlijk afgenomen en mijn kop stoot ik nauwelijks meer. Ik slaap uitstekend. Bij de gebruikelijke geluiden van onderhoudswerkzaamheden en zeilmanoeuvres blijf ik doorslapen. Hierdoor bezorgt de ploegendienst me ook geen fysiek ongemak meer.

 

Het wachtsysteem op de Tres Hombres bestaat uit twee wachten van zes uur tussen 08.00 en 20.00 uur en dan nog drie wachten van elk vier uur. Dat betekent afwisseling. De ene dag zie je een zonsopkomst, de andere een zonsondergang. Altijd weer visuele hoogtepunten. Op de kapitein, kokkin en bootsvrouw na wordt de rest van de opvarenden over twee wachten, onder leiding van een stuurman, opgedeeld: de bakboord- en de stuurboordwacht. Deze aanduidingen hebben verder geen betekenis, je zou ze ook de krokodillen- en luipaardenwacht kunnen noemen, maar waarom zou je op een schip?
We hebben veel regen gehad. Nat worden is het probleem niet zolang je tijdens dezelfde wacht ook maar weer opdroogt. Uit bed komen en in je natte lappen moeten kruipen is bij niemand populair en op de Tres Hombres is wel een airconditioning, maar geen droogtrommel aanwezig -op die airco kom ik later nog terug. Vlak voor vertrek duwde kantoorcollega Elise me nog een paar rubberen laarzen in mijn handen. Ik meende ze niet nodig te hebben omdat ik een paar scheepslaarzen heb, maar omdat zij deze reis al eens gemaakt heeft, heb ik ze toch maar aangepakt En wat ben ik er blij mee, want die vrij korte scheepslaarzen willen bij overkomend water wel eens vollopen.
Het was een mooi afscheid van Douarnenez. Naast de mensen van TOWT, Bar(re) Tribord en het Port-Musée stond er nog een aardig koppeltje Penn Sardine op de kade. Penn is het Bretonse woord voor hoofd en Penn Sardine is de bijnaam van de Douarnenezen.
[pe2-image src=”http://lh5.ggpht.com/-3JKMoTdZolo/VDkG9Y8aMoI/AAAAAAAAVZM/n3uXEk6iBCg/s144-o/By%252520Ilse%252520Kootar9.jpg” href=”https://picasaweb.google.com/115708303721051601150/IlseKootarTresHombresLeavingPort2014#6068889624596066946″ caption=”By Ilse Kootar9.jpg” type=”image” alt=”By Ilse Kootar9.jpg” ]

 
Aangezien ik uit ervaring weet dat je een Scheveninger niet altijd ongestraft ‘schollenkop’ kan noemen, ging ik ervan uit dat dit met Penn Sardine ook zo zou zijn. Maar nee, ze zijn er hier trots op. Bij de uitgang van de haven staat een standbeeld in het water dat van achter een sardine voorstelt, en van voren een vrouwenfiguur. Tot de sardines het verkozen andere wateren op te zoeken, waren vangst en verwerking ervan de economische motor van deze plaats.
We kregen het buitengaats meteen voor de kiezen: elkaar snel opvolgende wind, regen en regen, wind. Dit lijkt misschien raar, maar zoals een van de nieuwe trainees, de Katwijker Gerard, me leerde: ‘Eerst de wind en dan de regen, daar kunnen je zeilen wel tegen. Eerst de regen dan de wind, zorg dan dat je je zeilen bindt.’ Het was dus meteen werken geblazen met het hijsen en strijken van de meest kwetsbare zeilen. Na een dik uur werd het wat rustiger en niet lang daarna hoorden we het geluid van een naderende helikopter. De cameraploeg van Thalassa (zie reisverslag Douarnenez 2) kwam opnames maken en vloog ruim een half uur boven, voor, achter en aan beide kanten naast ons. Knap vliegwerk met die hoge deining. Ik hoop maar dat m’n haar goed zat.

 
We naderen Setubal, dat iets ten zuiden van Lissabon ligt, maar op dit moment -22/11, 06.53 uur- laat de wind het al een tijdje afweten. Met 0.7 mijl liggen we nog net niet stil. In Setubal gaat er weer het nodige gebeuren rond het Sail a Future-project van Hetty van der Linden, maar het meest verheug ik mij toch op het weerzien met mijn goede en lieve vrienden Irma en Eppo, die onlangs naar Portugal zijn geëmigreerd -kijk maar eens op www.valindo.nl. Sinds het geweldige afscheidsfeest in juli heb ik ze niet meer gezien.

Sustainable transport over sea. Tres Hombres, Nordlys, Ecoliner, Clippership, Noah, Fairtransport, Fairtrade, Logbook, shipping news.