Na La Palma was er geen nieuwe lading meer aan boord gekomen. De bestemming van de Tres Hombres, vracht zeilen, zou op Grenada weer eer aan gedaan worden door het laden van zo’n veertigduizend chocoladerepen van de Grenada Chocolate Company. Ook gingen we voor het eerst sinds het Canarische eiland weer eens tegen de kade en konden dus zonder hulp van de dinghy op elk gewenst moment van en aan boord stappen. 


We werden opgewacht door het camerateam van Thalassa, dat vanaf de kade en met een drone opnames maakte van onze aankomst. (checken wat ik over het verdere verblijf van D en D in andere verslagen heb geschreven)
Op een van de dagen was een excursie geregeld naar de cacaoplantage en de chocoladefabriek. Met twee busjes vertrokken we vroeg, want het was een paar uur rijden via een weg die steeds hoger opliep door een glooiend landschap. De bebouwing was vrijwel ononderbroken en rijk geschakeerd. Tijdens een pi(t)sstop dronken we bij een stalletje langs de weg cocosvocht. Een half uurtje later bereikten we de cacaoplantage, ….. Al driehonderd jaar is deze in gebruik, waarvan de laatste honderdvijftig door dezelfde familie. We kregen een uitgebreide rondleiding. De cacaoboon is een plm. 25 cm. Lange vrucht, die op het breedste deel zo’n 15 cm. meet.

Op verschillende plekken tussen de bomen zaten groepjes arbeiders de bonen van hun schors te ontdoen en de pitten eruit te halen, een handvol per noot. Deze oneetbare pitten waren omgeven door een zoet smakend slijm. Via een proces van spoelen, fermenteren en drogen, waarbij de pitten ongeveer twee keer zo groot worden, krijg je uiteindelijk de cacaoboon. Nu kan ik me bij het ontstaan van sommige dingen wel iets voorstellen, b.v. dat er ooit op een Franse boerderij een haan was die zin had in een kip, de kip had geen zin –hoofdpijn, je kent ’t wel- en zette het op een lopen. De haan ging in de achtervolging, struikelde op enig moment en kukelde in een openstaand wijnvat. Een tijdje later, toen de wijn al lekker in het onfortuinlijke dier was getrokken, vond de boer hem, besloot dat-ie toch opgegeten moest worden en ziedaar: coq au vin. Maar hoe ze ooit die slijmerige pitten tot cacaobonen zijn gaan verwerken, daar kan ik vooralsnog geen chocola van maken (inkoppertje).

Na een paar uur stapten we weer in en vervolgden de nog steeds oplopende weg tot we bij een platgedakt, rechthoekig gebouwtje kwamen, beschilderd in de oranje en gele kleuren die ook de wikkels sieren om de repen van de Grenada Chocolate Company. Dat stond ook op de voorkant beschilderd. Het fabriekje was die dag voor ander publiek gesloten, want als transporteurs van de repen waren wij hoog bezoek. Bedrijfsleider Edmond, een pezige en goedlachse man met een uitstulpende rastapet op zijn hoofd, leidde ons rond en regisseerde later de voorbereidingen op een speciaal voor ons gemaakte lokale maaltijd. De koelboxen waren welgevuld met ijskoud bier.

Ingelijste oorkondes van allerlei prijzen getuigden van de hoge kwaliteit van de repen en op de muur tegenover de ingang prijkte prominent een grote foto van Mott Green, de bevlogen oprichter van de fabrie, die twee jaar geleden veel te vroeg bij een bedrijfsongeval het leven liet. Zijn nagedachtenis wordt nog bolop levend gehouden in deze paradujselijkke omgeving, waar het door de hoge ligging qua temperatuur zeer aangenaam is. Het was een allerwege geslaagde dag. Interessant is het ook om te weten hoe de door ons vervoerde producten tot stand zijn gekomen.

Vooral bezoek aan chocolatecompany en cacaoplantage (opzoeken) edmond, weerzien thalassateam mee naar bonaire, 

Sustainable transport over sea. Tres Hombres, Nordlys, Ecoliner, Clippership, Noah, Fairtransport, Fairtrade, Logbook, shipping news.