Terwijl de kapitein rimpelingen in het fjord zocht, want daar zit wind, vergaapten andere opvarenden zich aan het fenomenale uitzicht. Het strijklicht van de dalende zon bescheen de hoge oevers van het fjord en het bergachtige landschap daarachter: rijp voor ansichtkaarten.
Het werd nog wat spannend. We moesten het fjord uit voor de tegenstroom begon, want het was er te diep om het anker uit te gooien en prooi worden van de stroming met al die rotsen in de buurt was geen aantrekkelijke optie.

 

Bij het vertrek uit Stavanger was ons wind beloofd, en wind kregen we. Niet alleen hard, maar ook lang. Van de zeven dagen die de oversteek naar Brixham duurde, hebben we drie keer een periode van maximaal 12 uur gehad dat het slechts hard waaide, en verder alleen maar storm. Vanwege de zijwind lag de Tres Hombres voortdurend schuin in een hoek van 20 tot 25 graden, incidenteel door zijwaarts inkomende golven oplopend tot wel 40 graden. Probeer je maar voor te stellen hoe dat in je huis zou zijn; het schijnt dat sommige Groningers daar wel een aardig beeld van hebben.

Windkracht alleen bepaalt de hoogte van de golven niet. De Noordzee is een badkuip, als je daar een steen in gooit botsen de kringen binnen de kortste keren tegen de rand aan en vermengen zich dan met de kringen die nog moeten komen, dus gaat het klotsen dat het een aard heeft. Daar kwam nog bij dat de Noordzee extra woelig was door de naweeën van de orkaan Gonzalo -‘Gracias por nada, Speedy!’- en dan komen er golven op je af die hoger zijn dan het dek van de Tres Hombres. Voortdurend kwam er water over het dek en nog veel meer als het schip met de boeg in een golf dook. Van voor naar achter en op enkele plaatsen overdwars waren lifelines gespannen en eenieder was verplicht een klimharnas (soort peutertuigje) te dragen. Dat dit niet voor niets was heb ik ervaren tijdens een van de nachten toen ik boegwacht was. Op de Tres Hombres heb je vanaf het achterschip, waar het roer zit, geen vrij uitzicht naar voren, en daarom staat er ‘s nachts altijd iemand op het voorschip de zee af te speuren ten einde ongewenste ontmoetingen te voorkomen. Daar stond ik dus, vastgehaakt aan de lifeline toen een enorme golf het voorschip overspoelde. Mijn benen werden onder me vandaan geslagen en daar hing ik te spartelen in mijn tuig. Zeiknat was ik, en ook allebei mijn laarzen waren volgelopen. Dat is dan zo’n momentje dat je je afvraagt waarom je niet lekker thuis met een goed glas van het een of ander op de bank ligt naar een filmpje te kijken.

De ellende was van korte duur, omdat even later de goedlachse tweede stuurman Francois, in wiens ploeg ik zit, bij de boegwacht kwam informeren of de boeg er nog was. En daar sta je dan midden tussen het geraas van de elementen met z’n tweeën naar elkaar te grijnzen. Om de natheid te accentueren begon het ook nog eens, en niet voor de laatste keer, striemend te regenen. Persoonlijk vind ik regen op zee trouwens een tikje overdreven, maar dit terzijde.

 

TRES HOMBRES Den Helder nach StavangerArjen en Gerrit

 

Ondanks de ongemakken die storm met zich meebrengt is het voor mij de meest fascinerende en ontzagwekkende weersgesteldheid die je op een schip kan meemaken. Met geen pen te beschrijven, dus probeer ik het maar op dit toetsenbord: De geluiden van de wind, van zacht loeien tot oorverdovend bulderen, het zware gebons van de botsingen van het schip met de golven, die een vele malen versterkt brandinggeluid maken en hevig sissen als ze breken. En dan de geluiden van het schip: van de lijnen die onder grote spanning staan, van het werkende hout en het vanuit slijtage-oogpunt ongewenste geluid van klapperende, of zeg maar gerust knallende zeilen. In de kombuis valt een permanente ketelsymfonie in zee-majeur te beluisteren.

Minpuntje: je wordt er moe van, wat heet, het put je enorm uit, want wat je ook aan het doen bent, bezigheid nummer één is de concentratie op het bewaren van je evenwicht. In het normale leven aan de wal heb ik door fiets- en cardiofitnessactiviteiten een aardige conditie, maar die is beslist niet voldoende voor een etmalen durende rit in een natte achtbaan. Na drie dagen zat ik er volkomen doorheen. Er zat pap in mijn benen en daar ik, vanwege de omstandigheden, de voorgaande slaapwacht niet als zodanig had kunnen gebruiken, heb ik me voor de daaropvolgende dekwacht afgemeld; ik ben tenslotte geen zestig meer. Daar wordt niet moeilijk over gedaan, want op zulke momenten toch doorgaan brengt veiligheidsrisico’s met zich mee.

Trouwens, ook mensen die meer dan de helft jonger zijn dan ik kregen last van vermoeidheid, maar op die leeftijd lukt het nog wel om er bij gelegenheid iets extra’s uit te persen. De Deense bootsvrouw Signe en de resp. Canadese en Franse matrozen Emily en Léa gingen ook op de zwaarste momenten nog de mast in om noodzakelijke werkzaamheden te verrichten. Bewonderenswaardig. Net als kokkin Rianne, die er evengoed in slaagde prima maaltijden te bereiden. Hulde aan de zeevrouw!

Wie de koers van de Tres Hombres op de Fairtransport website heeft gevolgd, kon zien dat we niet rechtstreeks op onze bestemming afkoersten. Zeilen is anticiperen op verwachte weersomstandigheden, zeker als er geen plan B in de vorm van een motor aanwezig is. Vandaar dat we op enig moment vlak onder de Schotse kust zaten, toen weer richting de Nederlandse gingen en via de krijtrotsen van Dover naar de Normandische en Bretonse kust zeilden alvorens het laatste stuk naar Brixham af te leggen.

 

Matroos Clemens via zijn blog

Sustainable transport over sea. Tres Hombres, Nordlys, Ecoliner, Clippership, Noah, Fairtransport, Fairtrade, Logbook, shipping news.